Categorieën
Geen onderdeel van een categorie Promoklip

Public design moet verambtelijken

Vorige week was ik in Edinburgh bij de Design Research Society conferentie. DRS is de grootste internationale conferentie in het wetenschappelijke designveld. En dit keer was er de hele week ook een speciale track voor public design, mijn topic.

Ik was er zelf om mijn paper te presenteren over human-centred design bij de overheid. Maar ik ging ook naar een heleboel andere presentaties en ik vond het superleuk om te zien wat anderen deden.

Binnen no-time vorm je een blokje met andere PhD’s en onderzoekers waar je na de presentaties ook mee gaat eten. Meestal zit ik in m’n eentje achter m’n bureau te werken en krijg ik niet zo mee waar andere PhD’s aan werken. Nu waren er onderzoekers van Erasmus, Eindhoven, de VU en natuurlijk een hele sloot uit Delft.

In deze blog een korte impressie van wat ik uit de presentaties haalde.

Mijn onderzoek volgen en geen blog missen? Abonneer je op mijn maandelijkse nieuwsbrief.

Public design zoekt legitimiteit

Tijdens zo’n conferentie worden ontzettend veel papers gepresenteerd, dus je gaat al snel op zoek naar wat jij precies interessant vindt. Mijn eigen onderzoek gaat over hoe mensgericht ontwerpen verankerd kan worden in de overheid als werkwijze om diensten te maken die goed zijn voor mensen.

Daar ging ook het artikel over dat ik zelf presenteerde: From lab to line: mechanisms for anchoring human-centred design in public policy and service development. Ik schrijf binnenkort nog een lekker leesbare samenvatting op dit blog. Kun je niet wachten: je download hem hier.

Al snel merkte ik een trend op in wat ik uit de andere presentaties haalde. Ze gingen eigenlijk allemaal over dezelfde vraag: hoe wordt design legitiem in de publieke sector?

Dus: wie mag hier eigenlijk ontwerpen, namens wie, op basis waarvan, en hoe verhoudt dat zich tot beleid, politiek, instituties en democratische besluitvorming?

De overheid werkt met publieke waarden, politieke keuzes, wetten, uitvoeringsorganisaties met eigen systemen, verantwoordingslijnen en mensen die niet altijd kunnen kiezen of ze een dienst wel of niet willen gebruiken. Dat maakt public design interessant, maar ook ingewikkeld.

Waar het de laatste jaren vaak ging over de verschillen tussen design en de ambtenarij, en over hoe we ambtenaren meer designerly kunnen laten werken, ging het nu ook over iets anders: hoe design zelf moet veranderen om in de publieke sector te passen.

Edinburgh – behind the scenes: de onbedwingbare neiging om bij een berg in het vizier direct naar boven te willen.

Niet nog een ontwerp in de la

Geert Brinkman en Elke Wennekers van Erasmus Rotterdam presenteerden een paper met de geweldige titel: Not another design that ends up in a drawer. Hun paper gaat over hoe ontwerpers legitimiteit proberen te krijgen voor de uitkomsten van hun werk. Dus niet alleen voor de ontwerpaanpak zelf, maar voor wat daaruit komt: een voorstel, interventie, nieuw proces of nieuw beeld van het probleem. Zij vonden verschillende mechanismen waarmee ontwerpers dat doen. Bijvoorbeeld door iets voorstelbaar te maken of door aan te sluiten bij taal en waarden die mensen in de organisatie al kennen.

Ontwerpers denken soms dat de kwaliteit van hun inzichten vanzelf genoeg is. “Kijk dan, dit is wat burgers meemaken.” Maar in een publieke organisatie moet zo’n inzicht ergens landen. Bij een manager. In een beleidsproces. In een besluitvormingslijn. In een begroting. In een team dat het straks moet uitvoeren.

Een goed ontwerp is dus niet automatisch een legitiem ontwerp. Je moet kunnen uitleggen waarom dit ontwerp past bij de taak van de organisatie, bij de wet, bij de politieke opdracht en bij de mensen die ermee moeten werken.

Design door beleidsogen bekijken

Nog een paper van hen, samen met Jotte de Koning en Arwin van Buuren, ging over hoe je juist beleidsmodellen kunt toepassen op design. Dat vond ik een interessante draai. Vaak doen we het andersom. Dan proberen we beleidsmakers uit te leggen wat design is. Dan komen we met designerly ways of knowing, double diamonds, reframing, co-creatie, iteratie, abductie en prototypes. Met dit soort woorden voel je ook vaak de afstand ontstaan. Het wordt al snel: wij designers komen uitleggen hoe de publieke sector moet veranderen.

Elke vertelde dat beleidsmaken zelf ook een vorm van ontwerpen is. Je probeert een bestaande situatie te veranderen in een gewenste situatie. Je weegt waarden. Je bedenkt instrumenten. Je probeert gedrag, organisaties en systemen te beïnvloeden. Je werkt met onzekerheid. Je maakt keuzes zonder dat je alles zeker weet.

In het paper gebruiken ze bestuurskundige perspectieven om naar systemic design te kijken: rationeel, politiek, cultureel en institutioneel. Daardoor wordt zichtbaar waarom design soms schuurt in beleidscontexten. Iets moet bijvoorbeeld onderbouwd en verantwoordbaar zijn, passen bij belangen en macht, betekenisvol zijn voor betrokken groepen én landen in routines, regels en bestaande manieren van werken.

Edinburgh – behind the scenes: gelukt!

’s Avonds hadden we het bij het eten ook over silent design: ontwerp dat gebeurt zonder dat iemand het design noemt. Dat zie ik in mijn eigen praktijk ook veel. Beleidsmakers, uitvoerders en juristen ontwerpen voortdurend. Ze maken regelingen, formulieren, werkprocessen, uitzonderingen, overlegstructuren, loketten, brieven en dashboards. Alleen noemen ze dat meestal geen design.

Ik schreef hier eerder al de blog Stille ontwerpers en fluïde teamgrenzen over hoe ik dit silent design in mijn casus terug zie.

Kortom: soms moeten ontwerpers niet harder uitleggen wat design is, maar beter leren begrijpen wat beleid is.

Wat draagt design dan eigenlijk bij?

Amy Hyewon Lee uit de UK presenteerde een paper over hoe je de bijdrage van design aan policymaking kunt begrijpen. Dat is een belangrijke vraag, want design wordt steeds vaker ingezet in beleidscontexten, maar het blijft lastig om precies aan te tonen wat het oplevert.

Dat herken ik ook. Je kunt soms wel aanwijzen dat een ontwerpaanpak iets heeft veranderd, maar het is bijna nooit zo simpel als: door deze ene workshop is dit beleid beter geworden. Zo werkt beleid niet. En design trouwens ook niet.

Beleid maken is rommelig. Er zijn meerdere invloeden tegelijk. Politieke timing. Media-aandacht. Budget. Wetgeving. Organisaties die wel of niet meebewegen. Mensen die vertrekken. Mensen die blijven duwen. Een onderzoek dat ineens goed uitkomt. Een prototype dat opeens een gesprek kantelt.

Amy maakt daarom het onderscheid tussen attributie en contributie belangrijk. Niet: design heeft dit veroorzaakt. Maar: waar en hoe heeft design bijgedragen?

Dat is een veel betere vraag. Het haalt design weg uit de sfeer van “leuke methode erbij” en plaatst het midden in de vraag hoe beleid zich ontwikkelt. Design is dan een manier om kennis, samenwerking, samenhang en verandering te organiseren.

Public design moet publieker worden

Ook in andere presentaties kwam dit terug. Saskia Pouwels uit Eindhoven liet bijvoorbeeld (in een prachtig geanimeerde presentatie) zien hoe burgerparticipatie vast kan lopen op projectlogica: er is een planning, deadline en moment waarop “de input” opgehaald moet zijn, terwijl mensen, gemeenschappen en democratische processen niet altijd op projecttijd werken. Mijn eigen paper ging juist over hoe human-centred design kan landen in de gewone lijn van overheidsorganisaties, voorbij innovatielabs en tijdelijke projecten.

Edinburgh – behind the scenes: zo stond ik zelf dan in het zaaltje.

In Edinburgh merkte ik daardoor dat public design aan het opschuiven is. Designmethoden en een designerly aanpak blijven relevant, maar het gesprek wordt groter. Het gaat steeds minder alleen over hoe je design kunt doen in de publieke sector, en meer over hoe design zich moet verhouden tot legitimiteit, beleid, macht en democratische processen. Dat vind ik cool.

Want als ontwerpers in de publieke sector serieus genomen willen worden, moeten we niet alleen laten zien dat we empathisch, creatief en iteratief kunnen werken. We moeten ook begrijpen waar publieke organisaties op gebouwd zijn. Waarom rechtmatigheid ertoe doet. Waarom politieke keuzes soms al gemaakt zijn. Waarom de uitvoering niet zomaar kan afwijken. Waarom verantwoording nodig is. En waarom “de gebruiker centraal” niet automatisch hetzelfde is als publieke waarde.

Dus misschien is de volgende stap voor public design niet dat de publieke sector beter leert praten als ontwerpers, maar dat ontwerpers verambtelijken, zoals we dat zo mooi noemen bij de overheid.