Vorige week stond ik met een touw om mijn middel in het centrum van Rotterdam. “Ik werk bij de overheid,” zei ik. “Hoeveel vertrouwen heb je in mij en hoe nauw wil je met me verbonden zijn?” Ik vond het heel spannend, maar het leverde ontzettend mooie gesprekken. Gesprekken die de start vormen voor mijn onderzoek naar onze relatie met de (digitale) overheid waar ik me de komende 2 jaar op wil storten.

De timing was perfect. Terwijl ik vorige week de introductiedagen had van de Master Design aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam, kwam de Raad van State met een advies hoe die ‘zinvolle relatie’ er dan uit moet zien. Of zoals De Volkskrant het kopte: Digitalisering dreigt van overheid een onneembaar bastion te maken. In augustus kwam de overheid met de Digitale Agenda waarin plannen staan hoe het allemaal beter moet worden. Het is een actueel onderwerp, maar niet een nieuw onderwerp.

Het recht op digitaal

Je moet steeds vaker je zaken online regelen bij de overheid. De bedoeling is dat dit snel en makkelijk gaat en dat zowel de overheid als de burger daar baat bij heeft. Dit najaar krijgen we zelfs een wet die ons het recht geeft om digitaal onze zaken bij de overheid te regelen. Maar een groot deel van de mensen in Nederland kan niet mee in deze ontwikkeling. Bijvoorbeeld omdat ze niet handig zijn met de computer, niet goed Nederlands kunnen, of schulden hebben en het overzicht kwijt zijn.

De overheid speelt een grote rol in ieders leven. Wanneer iets niet lukt, kunnen de emoties hoog oplopen. Langsfietsen bij een loket lijkt steeds meer een luxe te zijn die de overheid niet meer aanbiedt. Hoe kan het digitale loket op een begripvolle manier de verbinding maken tussen de overheid en haar burgers?

Wanneer het touw niet lang genoeg is

Het viel me op dat er bij de mensen die ik sprak best veel vertrouwen in de overheid is. De meeste pakten het touw vast en gingen een meter bij me vandaan staan. “Ik woon nu begeleid en ze zorgen echt goed voor me,” vertelde een jongen die met een maat door de straat liep. Een mevrouw die met haar man en zwager aan het winkelen was, vertelde: “Dichtbij. Als je het goed doet, wil ik graag dichtbij je zijn. Iedereen mag fouten maken en jullie ook.” Ze had een half jaar geleden haar schoonzus verloren en was er erg verdrietig over. “Je moet er voor mekaar zijn, he.”

Een jongen die met z’n vriendin bleef staan, hield het touw opgerold in z’n hand. “Wil jij hem ook om je middel binden en dat ik ‘em losknoop?” vroeg ik. “Nee, nee… ik wil graag de touwtjes in handen houden,” zei hij. Toen dacht hij even na en zei hij: “Als je me een foto had laten zien hoe wij hier staan, had ik inderdaad gedacht dat ik de overheid was en jij mij.”

De digitale overheid komt mijn vader niet wassen ’s ochtends.

En voor een mevrouw was het touw niet lang genoeg. “Mijn vader is dement en het is vreselijk om te zien in wat voor bureaucratie hij terecht komt. En hij kan het zelf niet meer regelen. Probeer maar iets voor een ander te regelen, verschrikkelijk.” Er was zelfs iemand die zei: “Hou er maar een aansteker bij…”

Antwoord op deze vraag

Aan de andere kant geloof ik ook echt in digitaal. Mijn leven is zoveel makkelijker en fijner geworden doordat ik digitale middelen kan gebruiken. En wie weet wat we over 10 jaar kunnen? Ja, natuurlijk, er zijn veel mensen die niet meekunnen, maar misschien moeten we daarvoor anders naar digitaal gaan kijken? En naar het ontwikkelen van die digitale overheid? Allemaal vragen waar ik graag mee bezig wil en waar ik dit blog de komende 2 jaar aan ga wijden.

Dat kan ik niet alleen. Daarom ben ik op zoek naar anderen die ook antwoord op dit soort vragen zoeken. Hoe pakken jullie dit aan? Welke verhalen horen jullie van mensen, burgers maar ook ambtenaren? Laat je horen!

Doe mee met de conversatie

1 reactie

Laat een reactie achter

Ik ben benieuwd naar je reactie...