Categorieën
Promoklip

Wat diensten aan waarde toevoegen

Wanneer is een dienst waardevol? Bijvoorbeeld, als iemand een toeslag kan aanvragen, wijzigen of stopzetten zonder vast te lopen, dan doen we het goed. De juiste knop vinden. De aanvraag afronden. Geld op de rekening. Waardevol, toch?

In gesprekken met oud-studenten toen ik bij DUO werkte, merkte ik soms iets geks. Mensen wilden het niet alleen over hun studieschuld hebben en hoe ze dat konden regelen in het portaal, maar ook over hun hypotheek en of ze ‘later’ wel een huis konden kopen. Mijn reflex was toen: begrijpelijk, maar daar gaan wij niet over. Dat is niet onze dienst.

Nu doe ik wetenschappelijk onderzoek naar hoe je waardevolle overheidsdiensten maakt. Ik kijk er nu anders naar. Een tijd geleden deed ik onder de lezers van mijn nieuwsbrief een vragenrondje. Ik vroeg hen om mij te vertellen over één recente dienst die zij hadden gebruikt en wat die hen opleverde. In hun antwoorden zie je heel goed allerlei lagen van waarde die diensten opleveren (of juist afbreken).

Wil je mijn onderzoek volgen, abonneer je dan op mijn maandelijkse nieuwsbrief.

Een stapel waarde

“Ik wisselde onlangs van zorgverzekering. Ik wilde besparen en vond een die goedkoper was. Het oversluiten ging heel simpel, alles was duidelijk. Met het geld dat ik overhou, kan ik nu leuke dingen doen en ik ben toch goed verzekerd, mocht er iets gebeuren.”

Je ziet: deze dienst werkt op meerdere lagen door. Het oversluiten zelf was positief. En de effecten waren positief: meer geld overhouden én goed verzekerd zijn.

Maar zo gaat het niet altijd. Een dienst kan in het hier en nu voor jou waarde opleveren, maar schade aan de samenleving kosten. En andersom: sommige diensten zijn lastig, maar zó belangrijk dat mensen zich er toch doorheen worstelen, zodat ze er alsnog waarde mee kunnen creëren voor zichzelf. (Wel jammer dat we ze dat aandoen maar goed.)

Verschillende lagen

Ik gebruik in mijn PhD onderzoek meer aspecten, maar voor deze blog ligt ik er een aantal uit met wat voorbeelden.

1. Hoe je het ervaart

Was het een goede ervaring of juist niet? Kon je je doel bereiken waarvoor je de dienst gebruikte? Wanneer je je door een formulier heen geworsteld hebt, heb je misschien functioneel je taakje afgevinkt, maar je bent ook flink geïrriteerd.

“Ik moest alsnog contact opnemen met de gemeente. Dit online formulier voelde als een onnodige omweg omdat een mens me dit waarschijnlijk binnen 5 minuten had kunnen vertellen.”

Samen met gebruikers online schermen testen.

Deze eerste laag is de directe interactie tussen organisatie en dienstgebruiker. Wanneer dit niet lekker gaat, beïnvloedt het direct je beeld van die organisatie. Dit is meestal de standaard UX (user experience) waar we ons bij de overheid op focussen en waar je als ontwerper ook de meest directe invloed op hebt.

2. Wat je ermee kunt in je leven

Kijk, uiteindelijk gaat het om de toepassing van een dienst in je leven. Niemand bestelt een nieuwe wasmachine om er naar te kijken. Nee, je wilt schone kleren!

“Ik deed mee aan het bevolkingsonderzoek voor borstkanker. Kreeg een uitnodiging per post met een informatiefolder, maakte digitaal een afspraak in de buurt. Na de afspraak kreeg ik de resultaten schriftelijk. Het ging me natuurlijk om het voorkomen dat ik borstkanker krijg.

In de wetenschap wordt deze laag ook wel de waarde-in-gebruik genoemd. En gebruik is hier dan niet het gebruiken van een portaal of loket, maar het gebruiken van de dienst in je leven. De kinderopvangtoeslag gebruiken om te kunnen werken, met studiefinanciering je collegegeld of kamer betalen, of niet alleen de vergunning aanvragen, maar met een kop koffie in de hand uit het raam van je nieuwe dakkapel kijken.

Dit is de laag waar de overheid echt moet leveren. Super fijn als je website gebruiksvriendelijk is, maar uiteindelijk gaat het erom dat je het waarmaakt.

3. Wat je leert voor de toekomst

Met sommige diensten leer je wat handigheid voor de volgende keer. Je eigen capaciteit om later nog een keer, zeg je belastingaangifte, te doen wordt groter. Je weet nu hoe het werkt. Bij diensten die je maar 1x gebruikt, die ene keer in de 10 jaar dat je een vergunning voor een dakkapel aanvraagt, is dit niet per se nodig.

Maar denk aan jongeren die bij DUO (stufi) of de RDW (rijbewijs) hun eerste ervaring met een overheidsloket hebben en hier leren hoe dat contact met de overheid eigenlijk werkt.

Collega’s van DUO reflecteren op de verbinding die zij met studenten hebben.

4. Wat het doet voor de mensen om je heen

Jij bent misschien de degene die alles geregeld heeft, en de dienst daadwerkelijk gebruikt. Wat het oplevert, is meestal niet alleen voor jezelf. Vaak zijn financiële tegemoetkomingen die je van de overheid kunt krijgen, voor je hele huishouden relevant. Of andersom: als je dochter een betalingsregeling kan afsluiten voor een schuld, geeft je dat als ouder ook rust.

“Mijn schoonvader is overleden, dit moest ik aangeven. Het ging gelukkig gemakkelijk, ondanks dat hij in het buitenland was toen het gebeurde. Dit scheelde veel gedoe voor onze hele familie in een nare periode.”

Tijdens de overstroming vorig jaar is in Valkenburg een kade ingestort en nu tijdelijk gerepareerd door het Waterschap. Het pand rechts staat leeg, de gevel hangt nog altijd gevaarlijk naar beneden.

De waarde die een dienst kan opleveren kan ook je buren helpen, de hele straat of wijk of een andere groep waar je bijhoort. Denk de afhandeling van de overstromingen in Limburg in 2021, waar ik eerder over schreef. Hier zijn meerdere straten waar haast op elk adres iemand allerlei formulieren zit in te vullen of aan de tel hangt met instanties. Met elkaar hebben ze iets beleeft, en de ervaring met overheidsdiensten van de een (en de uitkomsten!) beïnvloedt de ervaring van de ander.

5. Wat het bijdraagt aan de samenleving

Dit laatste is het veel beleidsambtenaren natuurlijk om te doen. Hier wordt in het parlement en lokale raadszalen over gedebatteerd. Hoe willen we zijn als maatschappij?

“Ik ging bloed prikken om te weten of ik morgen weer een chemokuur mag. Waarde voor de maatschappij… Oei, die vind ik lastig. Ik kost de maatschappij een hoop geld, met dit behandeltraject. Maar het geeft wel een grotere kans dat ik weer beter word en hopelijk nog vele jaren nuttige dingen kan doen in die maatschappij?”

En zo is het precies, toegang tot medische behandelingen en een gezonde bevolking is natuurlijk one-on-one maatschappelijke waarde!

Verbonden lagen

Deze lagen staan uiteraard niet los van elkaar. Toegankelijk onderwijs vraagt dat jongeren hun school kunnen betalen, en dus bijvoorbeeld individueel studiefinanciering kunnen aanvragen. En elke jongere die naar school gaat, is er weer een die opgeteld met de rest leidt tot een samenleving waar talenten ingezet worden.

Maar de moeilijke vraag is wel: hoe ontwerp je voor al die lagen? Beleid gaat meestal over de groep en de grotere doelen voor de samenleving. En het ontwerpen van interacties zoals loketten en formulieren doe je meestal door te testen met “de gebruiker”.

Hoe zorg je ervoor dat wat we bedenken dat “goed is voor mensen” ook daadwerkelijk gemaakt wordt en ook in de praktijk goed blijkt voor mensen? Zowel het individu als de groep?

En dat brengt me bij twee vragen:

  • Over welke lagen van waarde gaat jouw werk eigenlijk?
  • En tot hoever vind jij dat jouw invloed en verantwoordelijkheid reikt?

Meer lezen?

  • Ik verkende dit waarde-concept al eerder in de blog: De waarde zit in de klas.
  • Dit artikel beschrijft een aantal van de waarde dimensies die ik in mijn onderzoek gebruikt: Osborne, S. P., Nasi, G., & Powell, M. (2021). Beyond co‐production: Value creation and public services. Public administration99(4), 641-657.
  • Een eerste handreiking voor hoe je voor die hele ervaring en dus verschillende lagen van waarde kunt ontwerpen, schreef ik in de blog: Uitgaan van de hele ervaring van je doelgroep.
Categorieën
De begripvolle ambtenaar

Mechteld als begripvolle ambtenaar

Voor Mechteld is begrip vanzelfsprekend als je ambtenaar bent. Je bent er om de burger te dienen. Ik heb Mechteld leren kennen tijdens onze treinritten naar de bijeenkomsten van de Jongerenraad van DUO. Als een van de makers van de kanalenstrategie van DUO, vind ik dat ze niet kan ontbreken in deze serie over begripvolle ambtenaren. Wanneer ik haar vraag om mee te doen, krijg ik binnen een minuut een mailtje terug: “Ja!”

Ik praat met haar over empathie die leidt tot veranderen, over je werk doen in een grijs gebied en over het leiderschap dat de overheid nodig heeft.

Mechteld begon ooit, zoals veel medewerkers bij DUO, bij een steunpunt waar je de student voor je neus krijgt. “Dan moet je wel begripvol zijn.” Later groeide ze door en werkte ze meer achter de schermen. Nu werkt ze bij de afdeling Klantinteractie waar ze werkt aan de kanalenstrategie, bij DUO beter bekend als het dienstverleningsconcept.

Het dienstverleningsconcept

Tussen DUO en de student lopen veel lijntjes. Er zijn meerdere manieren om contact met ons te hebben en elke manier heeft zijn eigen karakter. Het ene kanaal is voor de student heel makkelijk, bijvoorbeeld een vraag stellen op sociale media. Een ander kanaal is voor DUO heel makkelijk, wanneer een student zelf iets regelt in MijnDUO. Mechteld brengt al deze kanalen en manieren om ze in te zetten samen in het dienstverleningsconcept.

In dit model zijn machine- en menselijke kanalen met elkaar verstrengeld. Studenten hebben contact met beide. Voor DUO is het financieel ’t voordeligst om groene kanalen te gebruiken. Maar voor studenten is dat soms helemaal niet fijn. Of zoals Mechteld het zegt: “We maken het voor de student heel interessant om te bellen want de dienstverlening op de eerste lijn is super hoog. Eigenlijk veel te hoog… voor de organisatie dan, qua kosten.”

Hoe maakt Mechteld dit? Als er iemand weet wat er speelt tussen studenten en DUO, is zij het wel. Collega’s die de telefoon opnemen turven waarover studenten vragen over stellen. Deze data komt bij Mechteld binnen. Ze spit regelmatig zelf mailtjes van studenten door, luistert mee aan de telefoon en zelfs als ze op het terras zit in haar vrije tijd zijn haar oren gespitst.

Mechteld vertelt hoe ze het dienstverleningsconcept maakt

“Er is niet een student die representatief is voor de hele groep. Dat moet je je beseffen. Je kunt het nooit voor iedereen goed hebben. Het zit hem toch in inlevingsvermogen. Ik moet bedenken: hou zou ik me voelen als twintig jarige, en dat wordt steeds moeilijker, als ik op die manier benaderd wordt? Als ik het zo zou lezen in MijnDUO?”

Jezelf als referentiekader. Aan de ene kant heel goed en mooi dat Mechteld daar zo naar kijkt en dat ook zo inzet in haar werk. Aan de andere kant gaan er bij mij ook alarmbellen af. Want we moeten toch als overheid juist niet onszelf als referentiekader hebben, maar de ander. Niet onze waardes opleggen, maar de ander de kans geven om op basis van eigen waardes keuzes te maken. Niet mijn witte hoogopgeleide Groningse blik, maar juist ruimte voor de ander…

Empathie is grijs

Maar dat is niet het soort empathie dat Mechteld bedoeld. Ze noemt het empathie om jezelf juist scherp te houden. Een empathie die leidt tot nieuwe inzichten en dus tot verandering. Ik moet denken aan de feedbackloop waar Frits voor pleit. Naar een van de boeken over empathie die ik las, vraag ik Mechteld of ze dan eerder een soort rationele empathie bedoeld.

Mechteld: “Ik noem het vaak gewoon inlevingsvermogen. Want je kunt je inleven in de wereld van een ander. Je kunt iemand anders behandelen zoals je zelf behandeld wilt worden. Dat moet je constant op je brein hebben.”

“Maar hoe zit dat dan met lenen?” werp ik tegen. “Iedereen bij DUO heeft een andere mening of lenen goed of slecht is. En dat sijpelt dan toch door in de manier waarop we onze dienstverlening maken? Dan moet je toch juist niet jezelf als referentiekader hebben?”

“Persoonlijk heb ik er een mening over. Maar als ambtenaar van DUO heb ik er eigenlijk geen mening over. Dat lenen is een juridisch gegeven en als dat zo is, dan moeten we ervoor zorgen dat de burger alle informatie heeft om de juiste keuzes te kunnen maken. Op een manier zoals ik dat zelf ook zou willen. Maar wat die keuzes zijn… dat bepaalt de burger.”

Deze dualiteit voel ik zelf vaak ook in mijn werk. Aan de ene kant ben ik bij de overheid gaan werken omdat ik me graag wil inzetten voor een betere wereld. Aan de andere kant wring ik me in bochten omdat ik niet anderen mijn waarden wil opleggen. De overheid moet objectief zijn, neutraal. Dit vind ik een ontzettend grijs en dubbelzinnig gebied waar we ons werk in moeten doen.

Als ambtenaar heb ik geen mening, want DUO heeft geen mening.

Met die dubbelheid kun je alleen omgaan door je best te blijven doen voor de ander. Ik vergelijk het met mijn eigen relatie. Soms gaat het makkelijk, als vanzelf. Soms moet je vechten voor elkaar. DUO zit ook in een relatie met een student en Mechteld brengt die relatie in kaart en geeft er vorm aan. “Maar,” zegt Mechteld, “als je al 20 of 30 jaar getrouwd bent, is het soms moeilijk om te vechten en te veranderen.” En daar gaat de vergelijking ook direct mank, want een heleboel ambtenaren zitten zeker al 20 of 30 jaar in de relatie, maar voor een student begint ‘ie pas net.

Duidelijke criteria

Het zou helpen als we duidelijke criteria hebben waar die relatie aan moet voldoen. Waar die digitale en menselijke kanalen en de manier waarop we daar communiceren aan moeten voldoen. “Maar die hebben we niet,” zegt Mechteld. “Wanneer zijn we volledig? Wanneer is iets passend voor de student? Wanneer is het goed?” De meningen zijn zo verdeeld en de toepassing voor interpretatie onderhevig.

Wie bepaalt dat?

Mechteld zegt dat zij geen beslissingen neemt; zij adviseert. Wat volgt is een gesprek over invloed en macht. En over de veranderende rol van de manager. Die gaat niet meer alleen over processen, mensen en geld; de roep om inhoudelijk leiderschap klinkt steeds luider. Wat betekent dit voor onze leiders en hoe zij beslissen?

Over missende criteria, invloed en leiderschap

Bij DUO heb je de top, dat is het strategisch leiderschap, die bemoeien zich niet met uitvoeringsdetails. Onderin heb je de uitvoering, die weten vaak de grote lijnen niet. In het midden zit het tactisch leiderschap. Dat midden weet wat er beneden speelt en weet ook wat de top niet weet. Dat midden kan de bovenlaag aan de onderlaag vastplakken. Dat midden is de verbinding. Verandering moet uit het midden komen, volgens Mechteld.

Voor mij betekent dit dat ik deze lagen ook bij mijn project moet gaan betrekken.

De foto in grijstinten

“Ik had de foto eigenlijk in zwart-wit gewild,” appt Mechteld me een dag na het foto-interview. Dat kan natuurlijk. En de reden waarom vind ik mooi:

Het appje van Mechteld