Categories
De begripvolle ambtenaar Werken met beeld

Begrip fotograferen als schaal

Als begrip een schaal is, waar moeten we ons dan bevinden op die schaal? In dit blog vertel ik hoe de begripvolle schaal eruit ziet in de taal van de fotografie.

Waarom een schaal?

Als empathie een schaal is, hoeveel empathie hebben we dan nodig? Is er ruimte op deze schaal voor ieder van ons, met onze verschillende persoonlijkheden? Wat voor soort empathie hebben we nodig, zodat we het kunnen vertalen in de ‘grote computer’ die we maken? Wat betekent dit voor ons, de mensen die dat doen?

Hoe kan ik het de gele schaal van begrip tastbaar maken?

In het experiment Verhalen voor ambtenaren ontdekte ik dat empathie een persoonlijk en vaak willekeurig gevoel is. Door me te verdiepen in wat empathie is, zag ik ook steeds meer de nadelen van empathie. Ik begon me af te vragen of we nu wel of geen empathie nodig hebben. Ik wilde begrip herpositioneren als schaal met de vraag aan DUO: waar moeten wij ons op die schaal bevinden? Die schaal ben ik samen met collega’s gaan verkennen door foto-interviews te houden.

De schalen van fotografie

Naast mijn werk bij DUO ben ik namelijk ook fotograaf. Fotografie is een taal, niet met letters maar met beelden. Het spreekt niet alleen tot je ratio, maar communiceert op een dieper niveau. Fotografie kun je voelen, net als empathie. Wanneer ik fotografeer ben ik continu allerlei schalen aan het afstellen en met elkaar aan het combineren. Een paar voorbeelden (klik voor groot):

Wanneer ik een portret maak van iemand, bedenk ik eerst de afstand. Hoe dichtbij kom ik? Welke lens gebruik ik daarvoor? Blijf ik op veilige afstand of kom ik in iemands comfort zone? Met een groothoeklens kun je alles zien, ook wat er achter de schermen is. En als je dichterbij komt, ontstaat er al snel beeldvervorming en krijgt iemand bijvoorbeeld een grote neus.

Waar stel ik scherp? Meestal op de ogen, je wilt contact en iemand aan kunnen kijken. Maar het kan natuurlijk ook anders. En zijn er ook dingen die je juist niet wilt laten zien op de foto? Waar de focus juist niet op moet?

Zeg je fotografie, zeg je licht. Soms denk je hoe meer licht, hoe beter. Maar dat hoeft niet per se zo te zijn. Schaduwen kunnen spannend zijn en helpen om een verhaal te vertellen door bijvoorbeeld nog meer de aandacht op iets te vestigen. Licht kan ook extreem zijn. Te donker en je ziet alleen nog maar contouren. Teveel licht maakt je foto overbelicht en al het detail verdwijnt net zo goed.

Er zijn nog veel meer schalen: beweging, tijd, emotie, houding, kleur, warmte, en meer. Bij het fotograferen ben je steeds aan het afwegen hoe je ze met elkaar combineert. Het een heeft invloed op het ander en samen vertellen ze het verhaal.

Mijn eigen portret op hulpkaartjes

In het begin was het voor mijn collega’s best lastig om de abstracte vertaling te maken van empathie naar een foto. Het was extra moeilijk en kwetsbaar omdat ze er zelf op moesten. De stiekeme wens om er toch vooral leuk op te staan, sluimerde onder de oppervlakte. De foto’s van mezelf gebruikte ik om de schalen uit te leggen. Bij het zien van de foto’s begonnen collega’s direct al te projecteren op de foto’s. “Zo dichtbij hoeft voor mij niet hoor.” Of juist: “ja, voor mij dichtbij”. Of: “dit is veel te donker”. Of: “ik kan niet 1 kiezen, maar de uiterste van de schalen spreken me aan”. 

Door de schaal visueel te laten zien met mijn eigen portretten als onderdeel van het foto-interview, lukt het mijn collega’s sneller om tot een beeld te komen. Tijdens het voorgesprek onthoud ik bepaalde metaforen en keuzes die ze noemen. Eenmaal in de studio kan ik een aantal opties voordragen die passen bij wat ze eerder vertelden. Op die manier help ik hen om zich beter te laten zien en uit te drukken in lijn met hun eigen definitie van begrip.

En dat ziet er versneld bijvoorbeeld zo uit:

Categories
De begripvolle ambtenaar Geen onderdeel van een categorie Hoe doe je onderzoek? Werken met beeld

De begripvolle ambtenaar

Toen ik in september samen met 10 studenten een kick-off in de kantine van DUO organiseerde over ons onderzoek naar schuldangst bij studenten, reageerden collega’s heel verschillend. De een reageerde verbolgen: ‘wat een gejank’, de ander ging dezelfde avond nog bezorgd met haar dochter praten. We hebben bij DUO niet een gezamenlijk referentiekader waarop we ons begrip voor de doelgroep baseren. Britt en Milo, 2 studenten van ons onderzoeksgroepje wilden daarom zelf in gesprek met mijn collega’s.

Categories
Geen onderdeel van een categorie Hoe doe je onderzoek? Werken met beeld

Waarom film fan-tas-tisch werkt als researchmateriaal

Vorige week hadden mijn collega van DUO Janneke en ik een super idee. We gaan elke week op maandag een uurtje ‘How to research’ doen. Dat betekent dat we delen met elkaar (en andere collega researchers en designers die het interessant vinden) wat we weten en wat we kunnen. De bedoeling: beter worden in ons werk en meer structuur en eenheid.

Vanmiddag begonnen we. Het uurtje werd anderhalf uur en het was te gek. Voor mij heel leuk om weer eens zo diep op een onderwerp in te duiken en voor Janneke super om vanaf de basis van alles uitgelegd te krijgen. In het begin dat ik user research deed, heb ik avonden zitten googlen hoe alles moet. Om jou het gegoogle te besparen, vanaf nu elke maandag ook een How to research blog.

S01.E01 van How to research over filmpjes maken: waarom en hoe.

Als onderzoeker kun je natuurlijk prima naast de testpersoon zitten, goed observeren en notities maken. Niks mis mee. De bevindingen vertel je later aan het team en zo kun je een prima geslaagde user test doen. Zo deed ik het ook altijd. Tot ik eind vorig jaar zomaar een keer een filmpje opnam met mijn telefoon. Die stuurde ik rond naar een aantal collega’s en ik kreeg bizarre reacties terug. “Je had altijd zulke extreme verhalen,” zeiden collega’s, “maar nu zie ik dat je niet overdreef.”

Sindsdien film ik praktisch alles. Liever teveel dan te weinig, ik kan het altijd weer weggooien. Zien hoe een gebruiker struggled of horen wat hij of zij te vertellen heeft over je product of dienst, doet zoveel meer met je dan via via horen wat bevindingen zijn. Een filmpje zorgt voor empathy. Je weet het niet alleen, je voelt het ook.

Ik heb eerder geblogd over waarom filmpjes zo cool zijn. Het afgelopen jaar heb ik mensen gefilmd die boos werden over iets, die moesten huilen in een interview, die keihard moesten lachen om een strikvraag of waarbij het stoom uit de oren kwam tijdens inlog problemen. Zien doet geloven.

Oke, filmen is cool, hoe pak je het aan?

De meeste gebruikerstesten doe ik op de laptop of mobiel. Voor beide is mijn eigen laptop de basis. Ik film alles met OBS. OBS is gratis en je kunt er veel mee. Voor desktoptesten film ik het scherm, neem ik de audio op en film ik de testpersoon via de ingebouwde webcam. Test je een mobiele versie kun je 1 of meerdere webcams aansluiten op je laptop. Een van de webcams kun je op een statief plaatsen boven de telefoon van je testpersoon. Hoe je dit precies kunt instellen, lees je in de blog die Auke Molendijk hier over heeft geschreven: Create your own professional usability lab. Met OBS film ik usability testen en interviews die ik op afstand afneem. Bijvoorbeeld via Facetime of Skype, of, als ik het scherm van de andere persoon ook wil zien, via Appear.in.

Heb je bovenstaande onder de knie kun je erover nadenken om je gebruikerstesten te live streamen zodat het team op afstand mee kan kijken. Collega’s kunnen dan gelijk bevindingen noteren en eventueel extra vragen doorsturen naar jou als onderzoeker (bijvoorbeeld via Whatsapp). Live streamen doe ik meestal via een verborgen link op Youtube. Hoe je dat kunt doen, zie je in deze video tutorial. Vind je het leuk om meer te leren over filmpjes maken en live streamen, kun je ook terecht bij Freerk Lap van Online Video Academy.

Voor losse interviews heb ik deze vlog camera op statief mee. Hij is prettig in gebruik en ideaal voor opnames waar je met het interview bezig wilt zijn en niet met de techniek. Je kunt natuurlijk ook filmpjes maken met je telefoon op een statief.

En dan heb je filmpjes, wat doe je er dan mee?

Ik appte laatst met een Jeroen, front-ender bij Zwitserleven. We hadden het over wel of niet usability testen filmen. Hij schreef terug: “We filmen onze tests nu niet omdat er geen extra waarde in gezien wordt. We hebben een paar keer gefilmd, maar nooit teruggekeken. Waarom zou je het dan doen?”

En dat is gelijk het grootste nadeel van film. Je hebt uren aan materiaal en dat moet je allemaal terugkijken. Dat is vreselijk. Ik snap dat wel. Filmpjes maken betekent filmpjes terugkijken, editen en op de juiste manier met de juiste context delen. Je hebt een grote server nodig waar je alles kunt opslaan en na 3 maanden filmen kom je erachter dat je alles een betere naam had moeten geven omdat je het overzicht kwijt bent. Wanneer je als ux team of als solo ux designer besluit om je testen te gaan filmen, levert je dat een bak extra werk op waar je gewoon geen tijd voor hebt.

Toch blijf ik erbij dat dit een van mijn beste ideeën van het afgelopen jaar is geweest. Neem de tijd om je filmpjes terug te kijken, te editen en te delen. Het maakt uiteindelijk je werk een stuk beter onderbouwd en daarmee makkelijker en leuker.